Verhalen

Wereldreis zonder achtbanen

Wat zal het zijn geweest? Begin jaren ‘70? De tijd van Sacramento van Middle Of The Road en Après Toi van Vicky Leandros. De tijd van “doe maar normaal”. De tijd zonder Facebook. De tijd dat het niet nodig was om al je belevenissen te delen op social media. Dat delen deed je wel binnen je familie op het eerste het beste verjaardagsfeestje. En ja, ook toen werden de avonturen flink aangedikt, maar niet om andermans ogen uit te steken omdat je toevallig naar een plek bent geweest “waar niemand ooit is geweest”, en dingen hebt gedaan “die nog niemand ooit deed”. Maar Goh, je hebt er tenslotte keihard voor gewerkt en meer dan verdiend. Je kent die lui wel.

Nee, dat aandikken was gewoon ter vermaek van de overige familieleden. We wisten toch wel wat voor vlees we in de kuip hadden, en dat diegene echt de 100 meter niet liep in 10 seconden….. met zijn enorme bierbuik.

Maar goed. Altijd een hilarisch moment als achteraf de daden aan de tand werden gevoeld met kritische vragen. Leedvermaak ten top.

Maar echt. Veel hadden we toen niet nodig om gelukkig te zijn. En natuurlijk was het niet altijd leut en euforie. Ook toen was er ellende. Maar we probeerden dat te verbloemen met oneindig enthousiasme en creativiteit. Na een week snoeihard werken, was het weekend voor de familie het moment om helemaal los te gaan.

Zo ook die zondag in mei. Besloten was om ’s-morgens een wereldreis te gaan maken. En echt, zo werd een reis van 50 kilometer in die tijd ervaren. De auto’s waren nog niet zo geweldig als nu, en de wegen nog veel minder. En waar ging de reis dan naar toe? Nou, helemaal naar Elsendorp! Daar bleek een speeltuin te zijn, die “Limbra, de Zonneweide” heette. En met hoeveel man dan? Nou, zoveel als er in de bus pasten. Ooms, tantes, neven en nichten

Het zal rond een uur of negen zijn geweest. Ik was al bij opa en oma, en zat met smart te wachten op dat specifieke geluid. Het geluid van een bus. Nee, geen touringcar! Het specifieke geluid van het Volkswagen busje met Boxer motor van Ome Theo. Die werkte bij een stomerij, en hij had in het weekend het busje tot zijn beschikking. En hoeveel man konden er dan in, nou dat zal ik je vertellen.

Nadat de bus was gestopt, stapte Theo breedlachend achter het stuur uit. “Iedereen klaar!!”, riep ie met een harde stem. De voordeur van het huis van oma ging open, en daar kwam het. Ooms, tantes, neven, nichten. Ze hadden de hele keuken leeggehaald. Iedereen had een keukenstoel bij zich en een tas met de nodige versnaperingen. (En zoals ik in een eerder stuk al schreef, niks 30% minder suiker, minder vet, met soya … gewoon lekkere dingen)

Die keukenstoelen verdwenen dus 1 voor 1 in het busje. Gewoon door blijven proppen totdat bijna iedereen een zitplaats had. Wie geen stoel had, ging maar op schoot. Gordels? Die hadden ze toen nog niet uitgevonden. Airbags al evenmin. Hoeveel personen zaten er nu in het busje. Nou, maak jezelf maar een voorstelling. Zo vol als het enigszins mogelijk was, de deuren nog net dicht konden, en Theo nog net kon schakelen. Daar gingen we. Gierend lachend en brullend bij elke bocht die het busje maakte, en de stoelen tegen 1 zijde van het busje aanperste.

Via Geldrop, Nuenen en Lieshout ging het richting Gemert. En dan waren we er bijna. Onderweg werd luid gekakeld in het busje. Wat was het toch een enorme reis! De raampjes moesten open, want er moest onderweg natuurlijk uitbundig gerookt worden, en er moest toch een beetje frisse lucht binnenkomen voor de kindertjes… Het ene pakje Belinda na het andere pakje Caballero vlogen er doorheen.

Al aangekomen in Elsendorp vloog iedereen het busje uit. Richting de poort. Entree…. Wat zal het geweest zijn? Het zal nog geen gulden geweest zijn. En wat hadden ze daar dan allemaal. Achtbanen, zweefmolens, de Calypso, de rups? Nee, alles niks daarvan. Een houten glijbaan, een klimrek, een familieschommel, een vijver met roeibootjes, een skelterbaan met skelters waarin je zelf moest trappen. Een ronddraaiding als je zelf maar draaide. Een paar wippen, en een kabelbaantje. Veel meer was het niet. Redelijk armetierig dus, maar niemand liep er met beteuterd gezicht rond. Niemand. Iedereen had het naar zijn zin. Oh ja, en WiFi was er ook nog niet…

Bij binnenkomst stonden daar de lachspiegels, waar die lange oom een lilliputter in leek, en die dikke tante maatje 36 had. Of die spiegel waar je een dikke kop kreeg, of hele korte beentjes. Voordat we er erg in hadden waren we al weer een uur verder.

Vervolgens op naar de houten glijbaan, waar iedereen in zijn ’s-zondagse kloffie vanaf ging. Witte broeken geen bezwaar. Daar was de wasmachine voor. Wel even uitkijken, want aan het einde zat een latje los, waar de eerste oom zijn broekspijp al aan had opengehaald. (het soort dingen die we nu als negatieve review zouden plaatsen op Zoover)

Na het bootje varen en skelteren was het weer tijd om de lange terugtocht te gaan aanvaarden. Het was nog een hele poos rijden, en we moesten op tijd zijn voor oma’s zondagse soep. Daarna moesten uiteraard nog wat kratjes bier kaltgestellt worden. Het was een mooi einde aan een zonnige zondag.

Dus nee. Wij hadden geen achtbanen nodig. Geen reizen naar het uiteinde van de wereld. Geen peperduur hotel aan een blauwe oceaan met palmbomen op het strand. Geen achtbanen, geen paintball, geen survivaltocht.  Een simpele speeltuin in de metropool Elsendorp of all places, met een budget van een paar euro voor het hele busje was voldoende. Meer dan voldoende…